Missie - Visie - Beleidsplan 2018 - 2021

Opmerking: Voor de vlotte leesbaarheid van het document wordt VBOV opgenomen en niet telkens VBOV vzw. Uiteraard wordt hier wel verwezen naar de officiële organisatie VBOV vzw.

Missie

De Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen stelt zich tot doel de Vlaamse vroedvrouwen te verenigen, en dit met respect voor alle politieke en filosofische strekkingen. De vereniging is er voor iedere vroedvrouw, zowel de vroedvrouw werkzaam in het ziekenhuis, als de vroedvrouw werkzaam in de eerste lijn (de zelfstandige vroedvrouw en de vroedvrouw in dienstverband) en de vroedvrouw werkzaam in het onderwijs en onderzoek. Ook de student-vroedvrouw en de vroedvrouw op rust kunnen op ons rekenen.

De Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen vzw wil vooral de rol en de positie van de vroedvrouw in de gezondheidszorg bevorderen. De vereniging onderneemt activiteiten om dit doel te verwezenlijken. Zij zal onder meer het beroep van vroedvrouw in zijn algemene belangen behartigen en het op alle lokale, regionale, nationale en internationale niveaus vertegenwoordigen. Zij zal het specifieke karakter van het beroep, conform de visie in het beroepsprofiel, bewaken en bevorderen.

De Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen zal multidisciplinaire samenwerking stimuleren en zal ook in beleid en besluitvorming de gezinnen structureel betrekken. Bovendien zal de Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen het medisch karakter van het beroep beveiligen, het wetenschappelijk onderzoek binnen het vakgebied ondersteunen en actief bijdragen tot de kwaliteit van de opleiding en de permanente vorming. De vereniging wil ook het sociaal statuut van zowel de zelfstandige vroedvrouw als de loontrekkende vroedvrouw optimaliseren.

Visie

1. Visie op geboortezorg 

De VBOV onderschrijft de visie van de International Confederation of Midwives (ICM) en ondersteunt de Europese rechten van de mens waarbij de keuzevrijheid van de persoon wordt gerespecteerd wat betreft de plaats van geboorte.

De VBOV ziet zowel de zwangerschap, de arbeid, de bevalling en de kraamperiode als normale fysiologische levensgebeurtenissen. Interventies dienen gebruikt te worden bij een gegronde indicatie. Evidence based informatie dient geïmplementeerd te worden in de zorg. De nadruk dient op veilige zorg te liggen met menselijke en sociale ondersteuning.  

De VBOV wil een evenwicht bieden t.o.v. de gemedicaliseerde verloskunde. Doorgedreven medicalisering vormt een bedreiging voor de kwaliteit van de start van nieuw leven, voor de vrouw, haar  pasgeborene  en haar familie en dit in de hele wereld; dit leidt tot lange termijn gevolgen  voor hun gezondheid en welzijn.

Binnen haar visie wil de VBOV erkenning geven aan het fenomeen “Too Much Too Soon “(TMTS) welke een routine over-medicalisering van een normale zwangerschap en bevalling beschrijft en tevens ook “Too Little Too Late” (TLTL), waarbij een tekort aan mogelijke interventies een bedreiging vormt voor de gezondheid van vrouwen, hun pasgeborenen en hun families in ontwikkelingslanden maar ook in ontwikkelde landen  (probleem met opvang van vluchtelingen e.d.). 

Belangrijk is dat vroedvrouwen de toekomstige ouders objectief en correct informeren. Als de vroedvrouw kwalitatief hoogstaande (evidence based)  zorg aanbiedt, geeft dit meer kansen aan de toekomstige ouders. Zij zullen met meer kennis en inzicht een geïnformeerde keuze kunnen maken wat betreft geboortezorg. De Engelse term  ‘empowering’ van de toekomstige en jonge ouders is hier op zijn plaats.

2. De kern van de VBOV is zorg voor LEVEN/care for life

Levendig

Dagelijkse activiteiten brengen vroedvrouwen samen en er kunnen ideeën worden uitgewisseld. De VBOV organiseert gestructureerde permanente vormingen voor verschillende doelgroepen, steeds inspelend op actuele noden. 

De vele dagelijkse vragen krijgen een onderbouwd  en correct antwoord. De VBOV  evolueert tot het Vlaamse kenniscentrum voor alle vroedvrouwen en externen met vragen i.v.m. de zorg die vroedvrouwen aanbieden. 

Proactieve contacten worden uitgebouwd met de leden uit de verschillende werkdomeinen en met de studenten. De VBOV  neemt actief deel aan  alle commissies/raden waar de onderwerpen met betrekking tot vroedvrouwenzorg en vroedvrouwen besproken worden.

Doorleefd

Beslissingen worden genomen met doorleefde kennis van zaken door een beslissingsboom binnen de organisatie. Er wordt naast de reguliere overlegmomenten met een elektronische raadpleging gestart bij het DB en/of RVB. Indien relevant wordt advies en goedkeuring gevraagd van de  AV om enerzijds de betrokkenheid te vergroten en anderzijds meer “gedragen” beslissingen te nemen.

Leefbaar

De organisatie heeft financiën nodig om zijn werking te kunnen verzekeren. De bronnen van inkomsten zijn tot op heden de ledenbijdragen, de inkomsten tijdens de permanente vormingen en de contracten met de commerciële bedrijven en de vzw’s.

Commerciële partners worden aangetrokken. Zij krijgen  binnen de criteria van de VBOV  sponsoropties aangeboden. Onderzoeksgelden worden proactief gezocht.

De VBOV onderhandelt met de overheid om tot een correcte financiële ondersteuning van de beroepsorganisatie te komen.

3. Interne werking

Samen met het Dagelijks Bestuur en met uitbreiding de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering wordt er verder gewerkt aan een verankering van ons beroep in de ruime gezondheidszorg.  

De interne werking voor de volgende vier jaar  is volledig uitgeschreven in de statuten (publicatie 2016) en in het  huishoudelijk reglement (goedgekeurd op de AV van 15 maart 2018 ).

Vrijwillig is niet vrijblijvend.   Van de leden die een engagement aangaan binnen het Dagelijks Bestuur/ Raad van Bestuur/ Algemene Vergadering wordt verwacht dat de  beschreven criteria behaald worden voor deze verschillende niveaus (zie huishoudelijk reglement). De vroedvrouw versterken in al haar aspecten kan duidelijk het verschil  in de zorg maken. Het is de  maatschappelijke opdracht van de VBOV t.o.v. de vroedvrouwen en niet in het minst t.o.v. moeder en kind, binnen elke individuele context.

Samenwerking

1. Samenwerking tussen vroedvrouwen.

 In de eerste plaats dient de VBOV, samen met vroedvrouwen vanuit verschillende werkdomeinen  raakvlakken te zoeken en tevens erkenning te geven aan elk van deze vroedvrouwendomeinen. Het zal het geheel van de organisatie versterken. De discussies dienen, met wederzijds respect, gevoerd te worden in het Dagelijks Bestuur, de Raad van Bestuur en in de Algemene Vergadering om met een sterke consensus naar de beleidsorganen en de samenleving vanuit één vroedvrouwenstem te spreken.  Daarnaast dient de goede samenwerking verder versterkt te worden  met de Federale Raad,  Belgian Midwives Association (BMA),  binnen European Midwives Association (EMA)  en de International Confederation of Midwives (ICM).

2. Samenwerking met andere relevante organisaties.

De VBOV stelt zich als doel om de multidisciplinaire zorg te verbeteren en wil daarom de samenwerking met organisaties die verbonden zijn met de moeder en kindzorg, versterken. Het wordt de volgende vier jaar dan ook een systematisch terugkerend agendapunt om na te gaan hoe de bruggen met andere zorgactoren en partnerorganisaties kunnen verstevigd worden.  

3. Internationalisering

De VBOV is actief op het internationaal forum van vroedvrouwen via een afgevaardigde in de board van de EMA en een afgevaardigde in de ICM-Board tevens ook in de Education Standing Committee van de ICM. Deze afgevaardigden zorgen voor een goede terugkoppeling naar de VBOV zodat de organisatie op deze niveaus mee richting kan bepalen.

De organisatie ondersteunt de talrijke partnerschappen die de vroedvrouwen in hogescholen en universiteiten uitbouwen. Deze contacten versterken niet alleen de zorg die vroedvrouwen verlenen maar ook het wetenschappelijk onderzoek in de moeder en kindzorg.

De organisatie zet ook in op  eigen projecten, o.a. in Afrika en sluit met de werking zoveel mogelijk aan bij andere initiatiefnemers binnen internationale programma’s.

Met dit internationaal engagement wil de beroepsorganisatie niet alleen de Vlaamse en bij uitbreiding de Belgische vroedvrouwen op de internationale kaart zetten, zij wil op die manier ook haar steentje bijdragen aan de realisatie van de doelstelling van de ICM, nl: ‘strengthening midwifery globally’.

4. Bouwen aan de toekomst

 De VBOV zal de komende vier jaar de werkgroep ‘Young midwifery leaders’ oprichten. De organisatie wil op deze manier investeren in de toekomst en het potentieel aan innovatieve inbreng structureel verankeren. Zo wil de organisatie bijvoorbeeld jonge vroedvrouwen stimuleren om een engagement op te nemen in beleidstaken.

Beleidsplan 2018 – 2021

Verder bouwend op het beleidsplan van 2014 – 2017

1. De kwaliteit van zorg rond moeder en kind bewaken en optimaliseren

  1. Herbekijken van de opleiding om tot een opleiding te komen die aansluit bij de behoeften van het werkveld en de ontwikkelingen op het gebied van onderwijs- en gezondheidszorgbeleid.
  2. Versterken van het volgen permanente vorming door enerzijds een digitale ondersteuning te voorzien voor de leden waarbij een inventarisatie van hun eigen permanente vormingen mogelijk wordt en anderzijds kwaliteitsvolle vormingen aan te bieden in aansluiting op het beroepsprofiel.
  3. Stimuleren en ondersteunen van research door o.a. het dissemineren en implementeren van relevante richtlijnen. Wetenschappelijk onderzoek uitbouwen binnen onze terreinen.
  4. Stimuleren van extra aandacht voor de kwetsbaren in onze samenleving. Het doel is projecten te ondersteunen en mee uit te rollen over Vlaanderen/Brussel opdat elke moeder/kind de zorg krijgt die noodzakelijk is.
  5. Uitbouwen van kwaliteitsstructuren die de kwaliteit van zorg bewaken en optimaliseren om tot een sterk systeem te komen voor de vroedvrouwen. Dit sluit aan bij de normering in de ziekenhuizen die de VBOV  tot een niveau wil tillen waar een meer persoonlijke aanpak (one-to-one) mogelijk is om adequate zorg te verlenen.

2. Profiel van de vroedvrouw versterken

       6. Implementeren van een jaarlijks programma (structureel + aanvullend ad hoc)om als rode draad het werk van de vroedvrouw te profileren in de gezondheidszorg en t.o.v. relevante andere zorgactoren(ook in functie van de goede samenwerking) en hiervoor financiële ondersteuning proactief aanvragen.

3. Loon van de vroedvrouw optimaliseren  

       7. Systematisch onderhandelen met de RIZIV commissie om tot een correcte financiering te komen, inclusief de installatie van de telematicapremie

       8. Via de geijkte kanalen voor de loontrekkenden en leidinggevenden (met 35 % loonspanning)  de vroedvrouwen optrekken tot een klasse 15 binnen het IFIC systeem.

4. Vroedvrouw-geleide zorg versterken

       9. Vroedvrouwen dienen erkend te worden als de centrale zorgverlener binnen de eerste lijn (intra en extramuraal ) tijdens de perinatale periode.  De draad wordt opgenomen met de gynaecologen om de laag-risico zwangere vrouwen naar de eerste lijn door te verwijzen. Wederzijds respect is in de samenwerking een sleutelbegrip. Een advies naar  de minister omtrent vroedvrouw-geleide zorg wordt afgerond en krijgt proactief verdere opvolging.

    10. Samenwerkingsakkoorden worden verder uitgewerkt met andere zorgactoren. De voornaamste zorgactoren zijn de gynaecologen – pediaters – huisartsen -  Kind en Gezin – de expertisecentra kraamzorg.  Multi- en trans disciplinaire zorg dient verder uitgebouwd te worden in wederzijds respect, waar de vroedvrouw een volwaardige plaats krijgt.