Uitoefening van het beroep van vroedvrouw

Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw: K.B. 8 juni 2007

In verband met de permanente vorming van vroedvrouwen (zoals beschreven in artikel 10 van dit KB) verscheen in het Belgisch Staatsblad van 5 mei 2010 een ministeriële omzendbrief. Deze brief bevat informatie over de modaliteiten in verband met het aantal uren permanente vorming dat door vroedvrouwen moet gevolgd worden. 

De permanente opleidingen, die werden gevolgd in het kader van de uitoefening van het beroep van vroedvrouw in de periode vanaf 30 juli 2007 tot op de datum van de ministeriële omzendbrief, zullen op basis van aanwezigheidsattesten in aanmerking komen. Iedere vroedvrouw dient deze attesten te bewaren in het licht van een eventuele controle.

In het KB van 31/01/2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw is de zin “De inhoud van de permanente opleiding moet worden goedgekeurd door de Federale Raad voor de Vroedvrouwen” verwijderd. De opleidingen moeten niet meer worden goedgekeurd maar de andere modaliteiten blijven van kracht. 

De wettelijke bevoegdheid van de Belgische vroedvrouw is, in uitvoering van de wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, verder bepaald in het KB van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw.

Koninklijk besluit betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw: K.B. 1 februari 1991

(Update: 10/02/2018)