Heeft een vroedvrouw verschillende Riziv-nummers nodig voor verpleegkundige verstrekkingen en voor verloskundige verstrekkingen?

Artikel 8 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen bepaalt:

“Art. 8. § 1. De volgende verstrekkingen worden beschouwd als verstrekkingen waarvoor de bekwaming van gegradueerde verpleegkundigen of met dezen gelijkgestelden, vroedvrouwen, verpleegkundigen met brevet, verpleegassistenten / ziekenhuisassistenten of met dezen gelijkgestelden, hierna beoefenaars van de verpleegkunde genoemd (W), vereist is. Voor de specifieke technische verpleegkundige verstrekkingen, bedoeld in rubriek III van § 1, 1°, 2°, 3° en 3°bis is evenwel de bekwaming van gegradueerde verpleegkundige of met deze gelijkgestelde, vroedvrouw of verpleegkundige met brevet vereist. (…)"

Een vroedvrouw kan in principe alle verstrekkingen verrichten van artikel 8 van de nomenclatuur. Om praktische redenen dient ze echter een apart Riziv-nummer te vragen voor de verpleegkundige verstrekkingen. De betrekkingen tussen de vroedvrouwen en de verzekeringsinstellingen, enerzijds, en de betrekkingen tussen de verpleegkundigen en de verzekeringsinstellingen, anderzijds, worden immers geregeld door aparte nationale overeenkomsten. Ook bv. de regels betreffende facturatie van verstrekkingen zijn verschillend.

(Antwoord RIZIV op 18/01/2017)

Update: 23/01/2017