Mag een vroedvrouw een bloedafname voorschrijven en op eigen initiatief uitvoeren?

A. Probleemstelling

"Onze studenten leren nog dat een bloedname een B2-handeling is (enkel op voorschrift van de arts). Vanuit eigen praktijkervaring weet ik dat vroedvrouwen echter zelf ook bloednames mogen voorschrijven en op eigen initiatief uitvoeren. Ik vroeg me af hoe dit (wettelijk) precies juist zit." 

B. Wettelijk kader

Artikels 45-64 Gecoördineerde wet 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen KB 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw KB 18 juni 1990 houdende vaststelling van de technische verpleegkundige prestaties en de lijst van de handelingen die door een geneesheer aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die prestaties en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen.

C. Advies

 1. De uitvoering van een bloedafname bij een baby/pasbevallen vrouw

Volgens art. 62, §1 d) Wet Uitoefening Gezondheidszorgberoepen mag de vroedvrouw autonoom de volgende handeling stellen: "preventieve maatregelen, het opsporen van risico's bij moeder en kind". Bijvoorbeeld het onderzoeken van het bilirubinegehalte in het bloed van een baby of het hemoglobinegehalte bij een pasbevallen vrouw vallen onder deze noemer. Dus de vroedvrouw mag autonoom beslissen dat een bloedafname noodzakelijk is. Maar de uitvoering van een dergelijke bloedafname is geen voorbehouden handeling van de vroedvrouw, wel een B2-verpleegkundige handeling. Elke veneuze bloedafname moet dus op voorschrift van een arts gebeuren. Er kan sprake zijn van een mondeling voorschrift (dat zo spoedig mogelijk schriftelijk wordt bevestigd), en dat is voor de uitvoering van deze handeling een vereiste.

2. De uitvoering van een bloedafname bij een zwangere

De uitvoering van een bloedafname bij een zwangere is een ander verhaal. Art. 4. § 2 van het KB 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw bepaalt: “§ 2. De houder of houdster van de beroepstitel van vroedvrouw mag de diagnose van de zwangerschap stellen en moet zwangerschappen met verhoogd risico opsporen door indien nodig een of meerdere van de volgende onderzoeken en handelingen te verrichten of door erop toe te zien dat deze uitgevoerd worden :

1° het wegen;
2° urine-onderzoek;
3° meten van de bloeddruk;
4° meten van de hoogte van de baarmoederfundus;
5° abdominale palpatie;
6° beluisteren van de foetale harttonen;
7° vaginaal toucher en speculum onderzoek; vaginaal toucher en speculum onderzoek;
8° toezicht door cardiotocografie;
9° aanvraag voor echographisch onderzoek uit te voeren door een gespecialiseerd geneesheer;
10° aanvragen van bloedonderzoeken en andere aanvullende onderzoeken in het kader van de uitoefening van het beroep.

Dus in het kader van de opsporing van risico’s mag de vroedvrouw autonoom een bloedafname aanvragen en uitvoeren bij een zwangere. Bij de vaststelling van een pathologie verwijst de vroedvrouw door.

Besluit

Voor de uitvoering van een bloedafname bij een baby en een pasbevallen vrouw is een voorschrift van een arts vereist, gezien dit een verpleegkundige B2-handeling is. Voor de bloedafname bij een zwangere is er geen voorschrift van een arts vereist, dit mag de vroedvrouw autonoom aanvragen en uitvoeren.  

Marlies Eggermon, jurist
22 november 2018