Moeten op het deel 'ontvangstbewijs' ook de verplaatsings- dossier- en administratiekosten die aan de patiënt worden aangerekend vermeld?

Geconventioneerde vroedvrouwen

Volgens artikel 35, §4 van de ‘Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994’ mogen geconventioneerde  zorgverleners geen verplaatsings-, dossier- en/of administratiekosten aanrekenen, aangezien het honorarium al alle kosten dekt die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn aan de uitvoering van de vergoedbare verstrekkingen.

Deze bepaling stelt namelijk het volgende:

“§ 4. Behoudens een andersluidende bepaling in of krachtens deze wet dekken de honoraria alle kosten die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn aan de uitvoering van de in artikel 34 bedoelde verstrekkingen.”

De bedoeling is om, naar het voorbeeld van wat is voorzien in de wet betreffende de ziekenhuizen,  uitdrukkelijk te herinneren aan het principe dat onder meer verplaatsingskosten,  personeelskosten, kosten verbonden aan gebruik van lokalen, kosten van aanschaffing, vernieuwing, grote herstellingen en onderhoud van de benodigde uitrusting, kosten van materiaal en medische verbruiksgoederen evenals administratieve kosten en kosten verbonden aan de uitreiking van documenten voorzien door of krachtens de wet, inbegrepen zijn in de tarieven die de verplichte verzekering voor de geneeskundige verstrekkingen vaststelt, behoudens uitzonderingen voorzien door of krachtens de wet.

De Nationale overeenkomst tussen de vroedvrouwen en de verzekeringstellingen voorziet echter de mogelijkheid om verplaatsingskosten aan te rekenen:

“Art. 5. § 1. Een tussenkomst wordt toegekend voor de verplaatsingen bij de rechthebbende thuis in het raam van de prenatale zittingen in geval van een risicozwangerschap (verstrekkingen 422870 en 422892). Deze tussenkomst wordt berekend per bezoek naar rata van 0,15 V per km (pseudocodenummer 422973), op grond van de reële afstand, die evenwel wordt beperkt tot twee keer dertig km (heen en terug), tussen de werkelijke woonplaats van de vroedvrouw en die van de rechthebbende.

Een staat van de gevraagde reiskosten moet door de vroedvrouw voor eensluidend worden verklaard en door de rechthebbende worden medeondertekend.

§ 2. De vroedvrouw mag vrij reiskosten vorderen behalve voor de verplaatsingen in het raam van de prenatale zittingen in geval van een risicozwangerschap en voor twee huisbezoeken in de twaalf prenatale zittingen (verstrekkingen 422030 en 422052) die twee keer 10 km (heen en terug) niet overschrijden.

De rechthebbende moet vooraf worden ingelicht over het bedrag van de reiskosten.”

Wat betreft de verplaatsingskosten zoals bedoeld in art. 5, §1 van de Nationale overeenkomst tussen de vroedvrouwen en de verzekeringstellingen, dient u deze te beschouwen als vergoedbare verstrekkingen waarvoor u de derdebetalersregeling kan toepassen. Indien u deze verstrekkingen aan de patiënt aanrekent, wordt het persoonlijk aandeel in de MAF-teller opgenomen en wordt het daadwerkelijk door de patiënt betaald bedrag vermeld op het deel ‘ontvangstbewijs’.

Wat betreft de verplaatsingskosten zoals bedoeld in art. 5, §2 van de Nationale overeenkomst tussen de vroedvrouwen en de verzekeringstellingen, dient u deze te beschouwen als niet-vergoedbare verstrekkingen waarvoor u niet de derdebetalersregeling kan toepassen. Deze verstrekkingen worden niet opgenomen in de MAF-teller aangezien er geen tussenkomst is vanuit de verplichte ziekteverzekering. In geval van cumulatie met vergoedbare verstrekkingen, dienen de bedragen met betrekking tot de niet-vergoedbare verstrekkingen hernomen te worden op het bewijsstuk om aan de patiënt uit te reiken.

Niet-geconventioneerde vroedvrouwen

Het deel ‘ontvangstbewijs’ vermeldt het volledige bedrag die een niet-geconventioneerde vroedvrouw aanrekent aan de patiënt.

(Antwoord van het RIZIV - contactpunt "Attesteren van verstrekkingen" op 13/12/2016)

Lees meer op de website van het RIZIV.

Update: 20/12/2016