Mogen verpleegkundigen (nog) op materniteit werken?

Mogen verpleegkundigen (nog) op materniteit werken?

Per januari 2016 (Mr. Marlies Eggermont)

A. Probleemstelling

Welk diploma moet men hebben om op materniteit te werken?
Mogen verpleegkundigen (nog) op materniteit werken?

B. Algemeen wettelijk kader

Artikels 31-33 en 40-43 Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad nr. 2005/36/EG van 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Europese richtlijn over gereglementeerde beroepen)

Artikels 45-64 Gecoördineerde wet 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, BS 18 juni 2015 (WUG)

KB 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw, BS 6 april 1991

KB 18 juni 1990 houdende vaststelling van de technische verpleegkundige prestaties en de lijst van de handelingen die door een geneesheer aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die prestaties en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen, BS 26 juli
1990

KB 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, BS 7 november 1964, bijlage artikel N5 (erkenningsnormen materniteit, kenletter M)

C. Advies

Er zijn drie zaken belangrijk: 1) de wettelijke bevoegdheid van de vroedvrouw en de verpleegkundige en 2) de kwalificatie van de patiënt (baby of moeder) en 3) de verplichting tot het bieden van kwalitatieve zorgverlening.
 
1. Volledige bevoegdheid vroedvrouw op materniteit

De vroedvrouw beoefent de verloskunde (= tak van de geneeskunde) en is ertoe gemachtigd de praktijk van de normale bevallingen te doen, overeenkomstig artikel 62 WUG en het KB van 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw:

Artikel 62 WUG:
§ 1. Zonder afbreuk te doen aan de uitoefening van de geneeskunde zoals bepaald in
artikel 2 wordt onder de uitoefening van het beroep van vroedvrouw verstaan :
  1° het autonoom uitvoeren van de volgende activiteiten :
  a) diagnose van de zwangerschap;
  b)
toezicht op, zorg en advies aan de vrouw tijdens de zwangerschap, de bevalling en
de periode na de bevalling;

 

Artikel 2 KB 1991:
De houder of houdster van de beroepstitel van vroedvrouw dient over het nodige materieel te beschikken om:
- ter voorbereiding van de bevalling, aan de ouders raadgevingen te verstrekken over hygiëne en voeding;
- de diagnose van de zwangerschap te stellen;
- de zwangerschap te volgen;
- de bevalling uit te voeren en de eerste zorgen aan de pasgeborene toe te dienen;
- tijdens het post-partum de verzorging te verzekeren en het toezicht uit te oefenen.

De verzorging van de pasbevallen vrouw op de materniteit is dus een voorbehouden bevoegdheid voor de vroedvrouw.

2. Zeer beperkte bevoegdheid van verpleegkundige op materniteit

Verpleegkundigen zijn wettelijk bevoegd om onder bepaalde voorwaarden verpleegkundige handelingen te stellen ten aanzien van zwangeren en bevallen vrouwen.

Door het arrest van de Raad van State van 21 september 1993 werd de bevoegdheid van de verpleegkundige in het verloskundig domein zeer sterk gereduceerd:

 “In bijlage I bij het koninklijk besluit van 18 juni 1990 worden de volgende woorden geschrapt:
 - in punt 1.4. Urogenitaal stelsel "en verloskunde";
 - in punt 1.8. Bijzondere technieken "afkolving van de moedermelk";
 - in punt 7. Assistentie bij medische handelingen "voorbereiding en assistentie bij bevallingen".(1)

Met artikel 7 van het KB van 13 juli 2006, heeft de wetgever de lijst met verpleegkundige C- handelingen (medisch toevertrouwde handelingen) uitgebreid met:

 - Voorbereiding, assistentie, instrumenteren en post-operatieve zorg bij keizersnede
 - Het uitvoeren van de A, B en C-handelingen tijdens de zwangerschap, de bevalling en het postpartum, in zover deze betrekking hebben op pathologie of afwijkingen al dan niet veroorzaakt door de zwangerschap en in het kader van de multidisciplinaire samenwerking binnen de voor de betrokken pathologie gespecialiseerde diensten.(²)

Hierdoor mag de verpleegkundige op gespecialiseerde diensten zoals bijvoorbeeld oncologie, intensieve zorgen, operatiekwartier, spoed, enz… een zwangere of bevallen vrouw verzorgen binnen het kader van de wettelijk toegelaten verpleegkundige handelingen.

Het verzorgen van een bevallen vrouw op een materniteit is voor een verpleegkundige niet toegelaten, vermits er geen sprake is van een opname (wegens een bepaalde pathologie) op een gespecialiseerde dienst. Het assisteren bij borstvoeding of afkolven is ook een voorbehouden handeling voor de vroedvrouw. De patiënt is hier immers de vrouw en niet de baby.

De toegelaten verpleegkundige handelingen op een materniteit beperken zich tot de verzorging van de baby, terug vrij beperkt. De expertise van de verpleegkundige wordt vooral ingezet bij de zieke neonaat, op diensten zoals N* en NICU, conform de personeelsnormen en het KB van 1990:                                                      

1. Behandelingen
1.8. Bijzondere technieken
B1 - Verpleegkundige zorgen aan en toezicht op prematuren met gebruik van incubator.

2. Voedsel- en vochttoediening
B1 Enterale vocht- en voedseltoediening, dus via het maag-en darmkanaal (via mond, sonde, rectaal).
B2 Parenterale voeding, dus via injectie.

3. Kwalitatieve zorgverlening

Volgens de wet op de patiëntenrechten van 2002 heeft elke patiënt recht op kwaliteitsvolle dienstverlening. Dit impliceert verzorgd worden door gekwalificeerd personeel, dit is onder meer wettelijke bevoegd zijn en de juiste opleiding hebben genoten. De WUG legt de bevoegdheid voor de begeleiding bij zwangerschap, bevalling en postpartum bij de vroedvrouw, in overeenstemming met de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad nr. 2005/36/EG van 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.(3) Eén van de minimale bevoegdheden van de vroedvrouw is onder meer:  

 “i) de kraamvrouw verzorgen, toezien op de gevolgen van de bevalling voor de moeder en alle nuttige adviezen verstrekken aan de moeder met betrekking tot de kinderverzorging, zodat de pasgeborene in de beste omstandigheden kan worden grootgebracht”.

Volgens het KB van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, moet een materniteit de volgende organisatienormen in acht nemen:

- “tenminste 1 hoofdvroedvrouw (desnoods hoofdverpleegkundige)
- voldoende vroedvrouwen om de vereiste permanentie aan vroedvrouwen 24 uur op 24 te verzekeren
- het nodige aantal gekwalificeerde verpleegkundigen en verzorgend personeel in functie van de verpleegkundige en verzorgingsbehoeften”.

 
In België is geopteerd om een duidelijk onderscheid te maken tussen de diensten waar verpleegkundigen werkzaam zijn (rekening houdend met het belang van beroepstitels op gespecialiseerde diensten) en de diensten waar vroedvrouwen tewerkgesteld worden.
 
In de toekomst zullen de vroedvrouwen die hun diploma hebben behaald na 1 oktober 2018, alleen verpleegkundige handelingen mogen stellen binnen het terrein van de verloskunde (materniteit en verloskamer), de fertiliteitsbehandeling, de gynaecologie en de neonatologie (NICU en N*-dienst) (4). Deze wettelijke afbakening bestond reeds vanaf 2001, maar bleef dode letter gelet op de vertraging van de inwerkintreding via een koninklijk besluit.(5)

Enerzijds roept dit een halt toe aan de algemene inzetbaarheid van vroedvrouwen in de ziekenhuizen (bijvoorbeeld op de pediatrie) en de thuisverpleging. Anderzijds is het een verdere stap in de profilering van het beroep, dat een specialisatie inhoudt binnen de geneeskunde en niet de verpleegkunde.

Daarbij komt nog de verkorte ligduur in de ziekenhuizen na een bevalling, cfr. artikel 46bis van het KB van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen. Kwaliteit bieden in een korte tijdspanne en zorgen voor continuïteit van de zorgverlening (door het inzetten van vroedvrouwen in de extramurale zorg) wint dus nog aan belang.
 
Besluit

De expertise van een verpleegkundige kan onvoldoende benut worden op een materniteit, vermits juridisch gezien (zowel naar wettelijke bevoegdheid als naar erkenningsnormen in de ziekenhuizen toe), de vroedvrouwen op deze dienst ingezet worden.

 

(1). Raad van State 21 september 1993, arrrestnr. 44144
(2). BS 7 augustus 20016
(3). Art. 42 richtlijn Europees Parlement en Raad nr. 2005/36/EG van 7 september 2005 betreffende de erkenning van
beroepskwalificaties, Pb. L. 30 september 2005, afl. 255, 45.
(4). Artikel 45, §1 WUG.
(5). Artikel 34 wet 10 augustus 2001 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg zou artikel 21quater, § 4 WUG in die mate wijzigen dat de vroedvrouw (zonder het diploma van verpleegkundige) die haar diploma behaalt voor 1 oktober van het vierde jaar na inwerkingtreding van artikel 34 alleen nog maar verpleegkundige handelingen zal mogen stellen binnen het terrein van de verloskunde, de fertiliteitsbehandeling en de neonatologie.