FAQ Wetgeving

Welke medicatie mag de vroedvrouw zelf voorschrijven en welke medicatie mag een vroedvrouw toedienen op voorschrift van de arts?

Op 14 januari 2014 verscheen het Koninklijk Besluit met betrekking tot het voorschrijfrecht van de vroedvrouw in het Belgische Staatsblad. 

Niet elke vroedvrouw zal plots medicatie mogen voorschrijven, een degelijke opleiding is vereist. 

De opleidingen Vroedkunde organiseren, in samenwerking met de BMA, de opleiding ‘Gespecialiseerde toegepast farmacologie’. Vroedvrouwen die hun diploma voor 1 oktober 2014 behaald hebben, moeten deze bijkomende opleiding van minimum 30 uren volgen. Na het succesvol volgen van de opleiding moet de vroedvrouw zich laten registeren bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid. Studenten vroedkunde die afstuderen na 1 oktober 2014, ontvangen op hun diploma-supplement een duidelijke vermelding dat hen de mogelijkheid geeft om geneesmiddelen voor te schrijven.

De vroedvrouw mag niet zomaar alle geneesmiddelen voorschrijven. Reeds enkele jaren geleden is er een advies betreffende de lijst van geneesmiddelen die de vroedvrouwen in het kader van hun activiteiten mogen voorschrijven gegeven door de Federale Raad voor de Vroedvrouwen en de Koninklijke Academie voor Geneeskunde. Deze geneesmiddelen mogen voorgeschreven worden tijdens het toezicht op de normale zwangerschap, de normale bevalling en de eerste drie maanden van het postpartum. Op 19 september 2016 verscheen in het Staatsblad het Koninklijk Besluit van 1 september 2016 dat een wijziging en uitbreiding voorziet van de oorspronkelijk lijst (KB van 15 december 2013) van geneesmiddelen die mogen worden voorgeschreven. De lijst werd bij koninklijk besluit van 31 januari 2018 vervangen door onderstaande lijst.

Medicatie in het kader van de normale zwangerschap

  • Foliumzuur: tabletten van 0,4 mg of 4 mg (specialiteit of magistrale bereiding). Primaire of secundaire preventie van neurale buisdefecten.
  • Metoclopramide: tabletten van 10 mg, siroop van 5 mg/5 ml. Anti-emeticum.
  • Paracetamol: tabletten van 0,5 - 1g, zetpillen van 600 mg. Pijnstillend, koortswerend.
  • Anti-infectieuze vaginale crèmes en ovules: behandeling van symptomatische vaginale infecties.
  • Nitrofurantoïne: tabletten van 50 - 100 mg. Ontsmettingsmiddel bij asymptomatische urinaire infectie (tot de 36ste week van de zwangerschap).
  • Anti-Rho immunoglobuline D: IM ampullen. Preventie van iso-immunisatie bij rhesus negatieve moeders.
  • Influenza vaccin: preventie van griep.
  • Combinatievaccin kinkhoest - difterie - tetanus: beschermt de baby tijdens de eerste weken tegen verschillende ziektes in afwachting van zijn vaccinatie.
  • Orale preparaten met ijzer: behandeling van een te laag ferritine gehalte.
  • Ranitidine: 150 mg.
  • Omeprazole: 20 mg. Behandeling van reflux.
  • Gemicroniseerde progesteron: 200 mg. Orale en/of vaginale toediening. Preventie van symptomatische activiteit van de uterus.

Geneesmiddelen tijdens de arbeid en de bevalling

  • Lidocaïne chloorhydraat.
  • Mepivacaïne chloorhydraat. 1 en 2% zonder adrenaline. Plaatselijke verdoving voor het hechten van het perineum.
  • Oxytocin: ampul van 10 IE. IM toediening. Ter preventie van post-partum bloedingen.
  • Penicilline G of Amoxicilline via intraveneuze toediening: voor de moeders die GBS (groep-B-streptokokken) positief zijn om besmetting van pasgeborene te voorkomen. In het kader van een ziekenhuisbevalling.

Geneesmiddelen gebruikt tijdens het postpartum

  • Oxytocin: ampul van 10 IE. IM toediening. Bevorderen van de sub-uterine involutie.
  • Diclofenac: tabletten van 75 mg, zetpillen van 100 mg.Ontstekingsremmend, pijnstillend.
  • Ibuprofen: tabletten van 200-400 mg. Ontstekingsremmend, pijnstillend.
  • Paracetamol tabletten van 0,5 - 1 g, zetpillen van 600 mg. Pijnstillend, koortswerend.
  • Antimycotica en/of antibacteriële crème: lokale behandeling van mycosis of van infecties van de tepels.
  • Nystatine suspensie en miconazol gel: orale en/of lokale behandeling van mycosis van de zuigeling.
  • Misoprostol: tabletten van 0,2 mg rectaal of oraal.
  • Fytomenadion (of vitamine K1): pediatrische ampullen. Preventie van bloedingen bij pasgeborenen.
  • Anti-Rho immunoglobuline D: IM in ampullen. Preventie van iso-immunisatie bij rhesus negatieve moeders
  • Hepatitis B vaccin: pediatrische vorm "junior".
  • Immunoglobulines tegen hepatitis B: onder intramusculaire vorm met een andere injectieplaats dan het vaccin. Enkel bij een bevalling in het ziekenhuis voor pasgeborenen waarvan de moeder HBs antigeen (+) positief is.
  • Cabergoline: tabletten van 0,5 mg. Lactatieremming.
  • Levonergestrel: tabletten van 0,03 mg. Orale hormonale contraceptiva op basis van zuiver progesteron.
  • Desogestrel: tabletten van 0,075 mg. Orale hormonale contraceptiva op basis van zuiver progesteron.
  • Ethinyl-estradiol: tabletten van 0,02 mg. Oestro-progestativa zonder progestatif van de 4de generatie.

Inhoud van de urgentietas voor de vroedvrouw die buiten het ziekenhuis werkt

  • Medische zuurstof en toedieningsmateriaal (masker,...), Mayo canule.
  • Steriele kompressen, verbanden...enz.
  • Fysiologisch serum: 1 liter.
  • Plasma expander: 1 liter.
  • Oxytocin: ampul van 10 IE (5 ampullen). Preventie en behandeling van post-partum bloedingen.
  • Misoprostol: tabletten van 0,2 mg rectaal of oraal (1 doos).
  • 15-methyl-F2-a-prostaglandine (of carboprost): IM (2 ampullen). Behandeling van ernstige post-partum bloedingen.
  • Adrenaline: Epipen, ampul van 0,3 mg. Reanimatie of behandeling van anafylactische shock.

Dit is de lijst van geneesmiddelen die nu voor ons ligt. Jaarlijks komen er echter nieuwe geneesmiddelen op de markt en verdwijnt er ook weer een deel. Afhankelijk van de evolutie zal er in de toekomst een wijziging of uitbreiding van de bevoegdheden kunnen gevraagd worden. 

Update: 12/03/2018