FAQ Wetgeving

Welke verplichtingen heeft de werkgever met betrekking tot terugbetaling en compensatie voor de uren permanente vorming die een vroedvrouw volgt? Kunnen deze uren beschouwd worden als werkuren?

Per juli 2011 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont):

De werkgever is verplicht aan de werknemer de nodige hulp, hulpmiddelen en materialen ter beschikking te stellen die voor de uitvoering van het werk noodzakelijk zijn. Het Hof van Cassatie neemt aan dit deze hulpmiddelen ook kosten zijn verbonden aan de uitvoering.

Zonder de permanente vorming kan een vroedvrouw niet meer wettelijk haar werk uitvoeren. Dus in dat opzicht zou men kunnen stellen dat de werkgever de kosten voor de permanente vorming volledig op zich dient te nemen. In ieder geval voorziet het KB van 25.04.2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen ook in "post" voor de ziekenhuizen om vorming van het personeel te vergoeden.

Er bestaat tevens een mogelijkheid (geen verplichting) dat de werkgever deze kosten aan zijn werknemers (in casu vroedvrouwen) terugbetaalt in de vorm van "vergoedingen voor beroepsuitgaven".
Dit zijn vergoedingen (geen loon) voor kosten die gemaakt worden door de werknemer, doch in het kader van zijn professionele activiteit, zoals bijvoorbeeld kilometervergoeding bij verplaatsingen met privé-wagen, vergoeding gebruik privé-GSM bij gesprekken voor het werk enz...

In casu is de vroedvrouw verplicht de kosten voor de permanente vorming te maken, wil ze haar titel behouden. De werkgever heeft er alle baat bij om vroedvrouwen in dienst te hebben die op de hoogte zijn van de nieuwste technieken en recente wetenschappelijke informatie, teneinde een kwalitatieve zorgverlening te bieden aan moeder en kind, cfr. de Wet op de patiëntenrechten van 2002. De werkgever kan bovendien aansprakelijk gesteld worden voor het niet verlenen van kwalitatieve zorgverlening aan de patiënten door de vroedvrouw.

Wat de arbeidsduur betreft: de tijd waarin de werknemer een opleiding of richtlijnen krijgt in verband met zijn arbeid, wordt beschouwd als arbeidsduur. De uren van de permanente vorming zijn dus arbeidsuren en dienen vergoed te worden als loon.

Betaald educatief verlof kan niet aangevraagd worden voor de permanente vorming, daar de opleiding minder is dan 32 lesuren per jaar. Zolang de opleiding niet erkend is door de FOD werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, kunnen ook geen opleidingscheques aangewend worden om de opleiding te bekostigen.