Wat is de wettelijke bewaartermijn van de duplicaten van de getuigschriften voor verstrekte hulp (GVVH) en het patiëntendossier?

Per april 2017 (Marlies Eggermont, advocaat):

A. Bewaartermijn GVVH
Volgens artikel 315 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, moet elke zorgverlener, dus ook de vroedvrouw, de duplicaten van de getuigschriften voor verstrekte hulp bijhouden tot het verstrijken van het zevende jaar of zevende boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk. Dit is dus naar fiscaliteit toe, zodanig dat een controle door de fiscus mogelijk blijft.

B. Bewaartermijn dossier
Volgens artikel 9 §6 van de nomenclatuur moet de zelfstandige vroedvrouw haar dossier ten minste vijf jaar, vanaf de laatste geattesteerde verzorging, bewaren. Dit voldoet in de praktijk niet. Naar aansprakelijkheid toe verjaart een contractuele vordering slechts na tien jaar. Elke zelfstandige vroedvrouw heeft een (vaak mondeling) contract met haar patiënte. Een buitencontractuele vordering (op grond van artikel 1382 BW) verjaart slechts na vijf jaar, te rekenen vanaf de dag volgend op die waarop het slachtoffer kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon, overeenkomstig artikel 2262bis BW. De vordering verjaart in ieder geval door verloop van twintig jaar vanaf de dag volgend op die waarop het feit waardoor de schade is veroorzaakt, zich heeft
voorgedaan. De ziekenhuizen zijn verplicht om het medisch dossier dertig jaar en het verpleegkundig dossier twintig jaar bij te houden.1 Ook de Orde van artsen raadt de artsen aan om hun dossiers minstens dertig jaar te bewaren, te rekenen vanaf het laatste contact met de patiënt.2
Dus rekening houdend met de verschillende termijnen, geniet een bewaartermijn van twintig jaar van het dossier van de zelfstandige vroedvrouw de voorkeur.
 

Update: 6/06/2017