Aanbeveling 2 - Continuïteit van de zorg

De vroedvrouw stelt continuïteit van zorg voorop bij de perinatale zorgen (KCE, 2014; Helsloot & Walraevens, 2015). Concreet betekent dit dat de vroedvrouw continuïteit van zorg verzekert op 3 vlakken: continuïteit op het niveau van de organisatie, continuïteit aangaande informatie-uitwisseling en relationele continuïteit (Freeman, et al., 2006).

  • Continuïteit op het niveau van de organisatie: Postnatale zorg is een verderzetting van de zorg tijdens de zwangerschap, arbeid en bevalling. Dit wil zeggen dat de postnatale zorg zoveel mogelijk reeds in de zwangerschap wordt voorbereid middels een oriëntatiegesprek. Het voorbereiden, plannen en op regelmatige basis (her)evalueren en bijsturen van de zorg bevordert de continuïteit van zorg. Het eerste postnatale huisbezoek vindt plaats binnen de 24 uur na ontslag uit het ziekenhuis (indien het ontslag plaatsvindt binnen de 72u na de geboorte) en er wordt een minimum aan (huis)bezoeken voorzien. Bij een thuisbevalling vindt het eerste postnataal huisbezoek plaats binnen de eerste 24 uur na de bevalling. De afspraken voor het eerste bezoek worden gemaakt vooraleer moeder en kind het ziekenhuis verlaten (bij voorkeur reeds tijdens de zwangerschap). 
    Tijdens de postnatale follow-up moet het kraamgezin kunnen rekenen op 24/7 beschikbaarheid en bereikbaarheid van hun vroedvrouw. Dit wil zeggen dat moeders de eerste 5 dagen postnataal hun vroedvrouw in dringende gevallen moeten kunnen bereiken en dat hun vroedvrouw tijdens deze periode ook 24/7 beschikbaar is om dringende zorg te kunnen verstrekken. Om dit mogelijk te maken, kan het nodig zijn om samenwerkingsverbanden aan te gaan met collega-vroedvrouwen of andere postnatale zorgverleners. Goede voorlichting tijdens de eerste dagen postnataal vertelt moeders, vaders en andere primaire verzorgers wat onder ‘dringend’ wordt verstaan.
  • Continuïteit aangaande informatie-uitwisseling: Elke vroedvrouw moet steeds op de hoogte zijn van de bijzonderheden van elk kraambed, wil men goede zorg bieden. Hiervoor is het aan te bevelen dat gewerkt wordt met een gezamenlijk (elektronisch) moeder-kinddossier, en volgens een vooraf bepaald overdrachtsprotocol. Niet alleen interdisciplinaire samenwerking, maar ook multidisciplinaire samenwerking zijn voorwaarden om continuïteit van zorg te kunnen waarborgen. Goede afspraken (o.a. een ontslagprotocol) met lokale ziekenhuizen kunnen een naadloze overgang tussen intra- en extramurale zorg verzekeren.
  • Relationele continuïteit: Er wordt zoveel mogelijk gestreefd naar continuïteit van zorgverlener, vandaar ook dat het werken met een zorgcoördinator een meerwaarde kan zijn. Continuïteit van zorgverlener kan verzekerd worden door één- op- één zorg te bieden of binnen een team van vroedvrouwen.
    Wanneer in teamverband wordt gewerkt vanuit een of meerdere eerstelijns praktijken, een ziekenhuis, of andere zorginstelling, kan de continuïteit van zorg worden gewaarborgd binnen een team van vroedvrouwen. Hierbij wordt het aantal vroedvrouwen per kraambed zo mogelijk beperkt tot 2 (max. 3).